Door: Martje
De mensen die me kennen, weten het allang. Ik hou van eten. En alles wat er bij hoort. Eten zaaien, eten plukken, eten oogsten, eten maken en eten eten. Vers, en zo veel mogelijk zelf uit de grond getrokken. Rommelend in het kleine keukentje van mijn vinex tweekamer residence krijg ik al mijn gedachten op een rij, ontspan ik en word ik blij! De Griekse helft in mij eist dat alle gasten verzadigd en gelukkig mijn huis verlaten. Het liefst zou ik iedere avond een volle eettafel willen, met hilarische gesprekken en het gerinkel van bestek.
Deze gedachten ontstaan door verschillende dingen. De geur van vers gebrande koffie van de Douwe Egberts fabriek, de prachtige kleuren van verse vijgen, of een goed gesprek met vrienden over wat er in de beste zelfgemaakte mayonaise gaat. En dan, dan laat het me niet meer los. Er moet worden gekookt.
Vandaag was zo’n dag. Gisteravond begon het al, nadat we met vrienden foto’s hadden bekeken van een vakantie in Italië. Bovendien werd er vandaag geklommen. De hele avond in een zweterige klimhal met reggae op de achtergrond mijn vingers weer stug geklommen. Een goeie avond voor een paar stevige koolhydraten. Dus werd ik dikke vrienden met arborio rijst, geroosterde pijnboompitten, melk, vanille en kaneel. Wie? Vingers!
Rijstpap met pijnboompitten, vanille, kardemom en kaneel
100 gram arborio rijst
500 ml melk
30 gram suiker
Zest van een halve citroen, eerst goed schoongemaakt
2 groene kardemompeulen, geplet
1 vanillestokje
Half kaneelstokje
Handje pijnboompitten
Rooster de pijnboompitten zachtjes tot ze bruinen en gaan ruiken. Halveer het vanillestokje en doe de inhoud ervan samen met alle andere ingrediënten in een ruime pan. Breng alles zachtjes aan de kook en roer regelmatig. Tussentijds even proeven of de rijst al gaar is, duurt zo’n 25 minuten. Haal de peulen en het kaneelstokje uit de rijst en doe de pijnboompitten er in. Als je ze in huis hebt, doe er nog wat stukjes dadels door. Direct warm eten, het liefst op de bank onder een dekentje als de wind om je huis waait.
Happy munching!!
Boel liefs,
Martje van Koek van Eigen Deeg